Plan:
Musselkanaal 2007
Status:
gedeeltelijk goedgekeurd
Gemeente:
Stadskanaal
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
Artikel 16. Sportdoeleinden
16.1. Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor Sportdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. sportdoeleinden;
  2. gebouwen voor sportdoeleinden;
  3. een zwembad met de daarbijbehorende gebouwen, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "zwembad";

met daaraan ondergeschikt:

  1. wegen, straten en paden;
  2. groenvoorzieningen;
  3. parkeervoorzieningen;
  4. nutsvoorzieningen;
  5. water;
  6. speelvoorzieningen;

met de daarbijbehorende:

  1. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder lichtmasten.
16.2. Bouwvoorschriften
16.2.1. Gebouwen

Voor het bouwen van de in lid 16.1 sub b en c genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. de goothoogte van een gebouw mag ten hoogste de op de kaart in het bouwvlak aangegeven goothoogte bedragen;
  3. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de op de kaart in het bouwvlak aangegeven bouwhoogte bedragen.
16.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen;
  2. erf- en terreinafscheidingen mogen uitsluitend transparant zijn;
  3. de hoogte van reclamemasten mag ten hoogste 6 m bedragen;
  4. de hoogte van lichtmasten mag ten hoogste 15 m bedragen;
  5. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 10 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van reclamemasten ten hoogste 6 m mag bedragen.
16.3. Gebruiksvoorschriften
16.3.1. Verbodsbepaling

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

16.3.2. Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 16.3.1, wordt in ieder geval gerekend:

  1. het gebruik van gronden en bouwwerken als horecabedrijf;
  2. het gebruik van gronden en bouwwerken voor seksinrichtingen;
  3. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  4. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  5. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;
  6. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.
16.4. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
16.4.1. Meest doelmatige gebruik

Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 16.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

16.5. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 16.3.1 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.

16.6. Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en Wethouders kunnen het plan wijzigen in die zin dat:

    1. deze wijzigingsbevoegdheid uitsluitend wordt toegepast binnen het gebied dat op de kaart is voorzien van de aanduiding "wijzigingsbevoegdheid ex artikel 16.6 van toepassing";
    2. de ruimtelijke opzet en vormgeving van de bebouwing aansluit bij de bestaande bebouwing in de omgeving;
    3. de maatschappelijke en dienstverlenende functies geen onevenredige afbreuk doen aan de ontwikkelingsmogelijkheden van functies in de omgeving;
    4. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de sociale veiligheid, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden;
    5. na toepassing van deze wijzigingsbevoegdheid de bepalingen van artikel 17en/of 20 van toepassing zijn, met dien verstande dat:
      1. de goot- en bouwhoogte ten hoogste 10 m bedraagt.
16.7. Wijzigingsprocedure

Op de voorbereiding van een besluit tot wijziging op grond van lid 16.6 is de volgende procedure van toepassing:

  1. een ontwerpbesluit tot wijziging op grond van lid 16.6 waarbij toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in artikel 11 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, ligt, met bijbehorende stukken, gedurende 6 weken op het gemeentehuis ter inzage;
  2. Burgemeester en Wethouders maken de ter inzage legging van te voren in één of meer dag- of nieuwsbladen, die in de gemeente worden verspreid, en voorts op de gebruikelijke wijze, bekend;
  3. de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid tot het indienen van zienswijzen;
  4. gedurende de onder a genoemde termijn kunnen belanghebbenden bij Burgemeester en Wethouders schriftelijk zienswijzen indienen omtrent het ontwerpbesluit tot wijziging.