Plan:
Musselkanaal 2007
Status:
gedeeltelijk goedgekeurd
Gemeente:
Stadskanaal
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
Artikel 17. Maatschappelijke doeleinden
17.1. Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor Maatschappelijke doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. gebouwen voor:
    1. onderwijsdoeleinden;
    2. sociaal-/culturele en welzijnsdoeleinden;
    3. sociaal-/medische doeleinden;
    4. religieuze doeleinden;
    5. sport- en recreatieve doeleinden, voorzover behorende bij de onder 1 t/m 4 genoemde functies;
    6. openbare dienstverlenende instellingen;
    7. een toren, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "toren";
    8. een dienstwoning, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "dienst- of bedrijfswoning";
  2. het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden;

met daaraan ondergeschikt:

  1. wegen, straten en paden;
  2. parkeervoorzieningen;
  3. nutsvoorzieningen;
  4. groenvoorzieningen;
  5. speelvoorzieningen;
  6. restauratieve voorzieningen als kantines en mensa's;
  7. waterlopen;

met de daarbijbehorende:

  1. tuinen, erven en terreinen;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
17.2. Bouwvoorschriften
17.2.1. Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van de in lid 17.1 sub a onder 1 t/m 7 genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. het bebouwingspercentage van een bouwvlak mag ten hoogste het op de kaart in het bouwvlak aangegeven percentage bedragen;
  3. de goothoogte van een gebouw mag ten hoogste de op de kaart in het bouwvlak aangegeven goothoogte bedragen;
  4. de bouwhoogte van een gebouw mag ten hoogste de op de kaart in het bouwvlak aangegeven bouwhoogte bedragen.
17.2.2. Dienstwoningen

Voor het bouwen van dienstwoningen gelden de volgende bepalingen:

  1. een dienstwoning mag uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd;
  2. een dienstwoning mag uitsluitend worden gebouwd op gronden, die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "dienst- of bedrijfswoning";
  3. per aanduiding "dienst- of bedrijfswoning" mag ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd;
  4. de oppervlakte van een dienstwoning mag ten hoogste 150 m² bedragen;
  5. voor niet-inpandige bedrijfswoningen gelden, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de letteraanduiding "A" de volgende bepalingen:
    1. de goothoogte van een bedrijfswoning mag ten hoogste 4 m bedragen;
    2. de bouwhoogte van een bedrijfswoning mag ten hoogste 11 m bedragen;
    3. de dakhelling van een bedrijfswoning mag ten hoogste 60° bedragen;
  6. voor niet-inpandige dienstwoningen gelden, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de letteraanduiding "B" de volgende bepalingen:
    1. de goothoogte van een dienstwoning mag ten hoogste 7 m bedragen;
    2. de bouwhoogte van een dienstwoning mag ten hoogste 11 m bedragen;
    3. de dakhelling van een dienstwoning mag ten hoogste 60° bedragen.
17.2.3. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan ten hoogste 1 m mag bedragen;
  2. de hoogte van palen en masten mag ten hoogste 6 m bedragen;
  3. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 5 m bedragen.
17.3. Vrijstelling van de bouwvoorschriften

Burgemeester en Wethouders kunnen, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, vrijstelling verlenen van:

  • het bepaalde in lid 17.2.2 sub a en b en toestaan dat een dienstwoning buiten het bouwvlak c.q. buiten de gronden die op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "dienst- of bedrijfswoning", worden gebouwd, mits:
    1. de geluidsbelasting vanwege het wegverkeer van geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde, of een vastgestelde hogere grenswaarde.
17.4. Aanlegvoorschriften 
17.4.1. Aanlegvergunningplichtige werkzaamheden

Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van Burgemeester en Wethouders (aanlegvergunning) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren:

  • het slopen van bebouwing langs de Schoolstraat, Schoolkade, Sluisstraat, Sluiskade, Marktstraat, Marktkade, Aweg en Akade.
17.4.2. Toegestane werkzaamheden

Het in lid 17.4.1. vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke:

  1. het normale onderhoud betreffen;
  2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
17.4.3. Voorwaarden

De in lid 17.4.1 genoemde vergunning kan slechts worden verleend, mits:

  • geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de cultuurhistorische waarden van de bebouwing.
17.5. Gebruiksvoorschriften
17.5.1. Verbodsbepaling

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

17.5.2. Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 17.5.1, wordt in ieder geval gerekend:

  1. het gebruik van gronden en bouwwerken als zelfstandig horecabedrijf;
  2. het gebruik van gronden en bouwwerken voor seksinrichtingen;
  3. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  4. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  5. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;
  6. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.
17.6. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
17.6.1. Meest doelmatige gebruik

Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 17.5.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

17.7. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in de leden 17.4.1 en 17.5.1 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2° van de Wet op de economische delicten.