Plan:
Musselkanaal 2007
Status:
gedeeltelijk goedgekeurd
Gemeente:
Stadskanaal
Plantype:
ex art. 10 WRO beheer/ontwikkeling
Artikel 30. Nutsdoeleinden
30.1. Bestemmingsomschrijving

De op de kaart voor Nutsdoeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  1. gebouwen voor het openbare nut, zoals transformatorgebouwen, gebouwen voor de gasvoorziening en naar de aard daarmee gelijk te stellen gebouwen;

met daaraan ondergeschikt:

  1. groenvoorzieningen;
  2. paden;
  3. water;

met de daarbijbehorende:

  1. erven en terreinen;
  2. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
30.2. Bouwvoorschriften
30.2.1. Gebouwen

Voor het bouwen van de in lid 30.1 sub a genoemde gebouwen gelden de volgende bepalingen:

  1. een gebouw mag uitsluitend binnen een bouwvlak worden gebouwd;
  2. de hoogte van een gebouw mag ten hoogste 5 m bedragen, tenzij op de kaart in het bouwvlak de aanduiding "afwijkende bouwhoogte" is aangegeven, in welk geval de hoogte van een gebouw ten hoogste 7 m mag bedragen.
30.2.2. Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen:

  1. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag ten hoogste 2 m bedragen, met dien verstande dat de hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de naar de weg gekeerde gevel c.q. het verlengde daarvan ten hoogste 1 m mag bedragen;
  2. erf- en terreinafscheidingen mogen uitsluitend transparant zijn;
  3. de hoogte van palen en masten mag ten hoogste 6 m bedragen;
  4. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste 3 m bedragen.
30.3. Gebruiksvoorschriften
30.3.1. Verbodsbepaling

Het is verboden de gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met deze bestemming.

30.3.2. Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, zoals bedoeld in lid 30.3.1, wordt in ieder geval gerekend:

  1. het gebruik van gronden en bouwwerken voor seksinrichtingen;
  2. het gebruik van gronden als standplaats voor kampeermiddelen;
  3. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden;
  4. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van (aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken) voer-, vaar- of vliegtuigen;
  5. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen.
30.4. Vrijstelling van de gebruiksvoorschriften
30.4.1. Meest doelmatige gebruik

Burgemeester en Wethouders verlenen vrijstelling van het bepaalde in lid 30.3.1, indien strikte toepassing daarvan zou leiden tot een beperking van het meest doelmatige gebruik, welke beperking niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.

30.5. Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde in lid 30.3.1 wordt aangemerkt als een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 2 van de Wet op de economische delicten.